4.1 De arrestatie van mijn vader
Mijn vader werd op die ochtend uit ons huis gehaald door vier mannen:
twee Duitse soldaten met de bajonet op het geweer,
een NSB’er en
een Amsterdamse bokskampioen die zich voorstelde als ene Kanero.
Mijn vader was helemaal niet van plan om buiten te gaan staan voor ons huis.
Er vielen rake klappen in het bijzijn van mijn moeder en zijn kinderen. De Duitse soldaten en hun handlangers gingen nietsontziend te werk. Wij konden niets anders dan machteloos toezien hoe mijn vader werd mishandeld en geïntimideerd.
Op het allerlaatste moment mocht hij ons nog één keer een vluchtig kusje geven — en weg was hij.
Dat was het laatste moment dat wij hem in levende lijve zagen. Vervolgens werd hij met harde hand weggevoerd, een gebeurtenis waarvan de impact enorm was en die een diepe indruk op ons achterliet.
Wat wij later nog van hem ontvingen, was een briefkaart en een geschreven brief. Het waren zijn laatste woorden aan ons — de enige tastbare herinneringen die uiteindelijk zijn teruggekeerd.