De inhoud van deze website is auteursrechtelijk beschermd. ©
The content of this website is protected by copyright. ©
Der Inhalt dieser Website ist urheberrechtlich geschützt. ©
Le contenu de ce site est protégé par le droit d'auteur. ©
Terwijl de echo van de woorden van mijn moeder nog nagalmt, verschuift de blik naar een stad in de greep van verandering. Hoofdstuk 4 brengt ons naar de straten van Rotterdam, waar na de bevrijding een nieuwe toekomst langzaam vorm krijgt."
Hoofdstuk 4 – Wat zich afspeelde achter de voordeur.
4.0 Een stad in de greep.
In het najaar van 1944 bevond Rotterdam zich in een wurggreep. De stad droeg nog altijd de littekens van het bombardement van mei 1940. Wijken waren verwoest, gezinnen uiteengerukt, voedsel schaars en brandstof vrijwel onvindbaar. De Duitse bezetter voerde de druk verder op. Maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op. De onzekerheid groeide.
Hoop en angst bestonden naast elkaar — maar zekerheid ontbrak.
Op dinsdag 5 september 1944, later bekend geworden als Dolle Dinsdag, verspreidde zich het gerucht dat de geallieerden Nederland spoedig zouden bevrijden. NSB’ers sloegen op de vlucht. Mensen fluisterden op straat dat het einde van de bezetting nabij was. Ook in Rotterdam leefde die hoop. In duizenden gezinnen — ook in het mijne — werd voorzichtig gesproken over vrijheid.
Maar de werkelijkheid bleek anders.
De geallieerde opmars stokte bij de grote rivieren. Operatie Market Garden bracht niet de doorbraak waarop velen hadden gehoopt. Rotterdam bleef bezet gebied. De teleurstelling was voelbaar en zwaar. De Duitse bezetter reageerde met toenemende hardheid. Er kwamen meer controles, meer dreiging, meer willekeur.
Wat begon als hoop, sloeg om in spanning.
En toen, enkele weken later, werd die spanning werkelijkheid.
Op vrijdag 10 november 1944 omsingelden Duitse troepen grote delen van Rotterdam. Bruggen werden afgesloten, straten geblokkeerd, wijken hermetisch afgezet. Mannen tussen ongeveer 17 en 40 jaar moesten zich melden. Huizen werden doorzocht. Wie zich niet meldde, werd opgejaagd.
Tienduizenden mannen werden die dag opgepakt tijdens wat bekend zou worden als de Razzia van Rotterdam.
Achter iedere voordeur speelde zich een eigen drama af.
Terwijl Rotterdam onder toenemende druk stond, ontwikkelden de gebeurtenissen zich in de dagen vóór 10 november 1944 in een zorgwekkende richting.
De familie Zuijdweg was tijdens de razzia woonachtig in de arbeiderswijk Bloemhof een wijk in Rotterdam Zuid
10 november 1944 – Razzia in Rotterdam-Zuid
In de vroege ochtend van 10 november 1944 omsingelden Duitse militairen de wijken van Rotterdam-Zuid. In onder andere Tuindorp Vreewijk, Bloemhof, Hillesluis en Feijenoord werden mannen tussen 17 en 40 jaar ruw uit hun huizen gehaald.
Zonder aanklacht, zonder afscheid, zonder zekerheid over wat hen te wachten stond. Moeders, vrouwen en kinderen bleven verbijsterd achter.
Wat volgde was een massale deportatie naar Duitsland. Velen kwamen terecht in dwangarbeiderskampen rond Osnabrück en andere industriesteden. Voor sommigen werd het een weg zonder terugkeer.
Het begin van een tragedie die gezinnen voorgoed tekende.
Vooraf – De dagen vóór 10 november 1944
In september 1944 werd er in onze buurt weer naar de lucht gekeken. Er werd gesproken over vliegtuigen, over een luchtbrug, over de komst van de geallieerden. De naam Operatie Market Garden ging van mond tot mond. Voor volwassenen was het een militaire operatie. Voor een kind betekende het iets anders: het was een teken van hoop !
Ik herinner mij dat ik kentekens en markeringen van vliegtuigen noteerde. Het leek belangrijk. Alsof het bijdroeg aan het verwelkomen van hen die ons zouden bevrijden.
De spanning was anders dan in de jaren daarvoor. Er werd gefluisterd, maar er werd ook voorzichtig geloofd dat het niet lang meer kon duren.
Die hoop bleek voorbarig.
Na september bleef Rotterdam-Zuid onder Duitse bezetting. De bevrijding stokte bij de grote rivieren. De dagen werden korter, de nachten kouder. Achter voordeuren sprak men over voedsel, over brandstof, over wat de winter zou brengen. De onzekerheid nam toe. Er deden geruchten de ronde over grootschalige arbeidsinzet. Mannen werden gewaarschuwd om zich gedeisd te houden. Sommigen doken onder. Anderen bleven thuis — uit plichtsgevoel, uit verantwoordelijkheidsbesef, of eenvoudigweg omdat men niet kon geloven dat het zó massaal zou worden.
Wat wij niet wisten, was dat de bezetter voorbereidingen trof voor een grootschalige razzia.
De actie werd zorgvuldig voorbereid en vrijwel zonder uitlek uitgevoerd. Wijken werden in sectoren verdeeld, bruggen en uitvalswegen bewaakt, complete straten systematisch doorzocht. Voor zover bekend was het georganiseerde verzet niet tijdig op de hoogte van de precieze datum en omvang van deze operatie. Algemene waarschuwingen voor arbeidsinzet bestonden, maar geen gerichte alarmering die kon voorkomen wat op handen was.
Wat op 10 november 1944 zou plaatsvinden, overtrof de somberste verwachtingen..
Achter iedere voordeur speelde zich een eigen drama af.
Maar wat betekende dat concreet ?
Achter één van die voordeuren woonde de heer Zuijdweg. Zijn verhaal helpt ons te begrijpen hoe de razzia van 10 november 1944 het bestaan van talloze Rotterdamse gezinnen ingrijpend veranderde.
Op die ochtend werd bij hem aangebeld. Het was een gewone dag begonnen in Rotterdam-Zuid, maar die rust werd abrupt verbroken. Wat volgde, sleurde hem mee in een reeks gebeurtenissen die zijn leven voorgoed zouden veranderen.
Voor jonge generaties kan het moeilijk zijn zich voor te stellen wat een razzia werkelijk betekende. Daarom is het belangrijk een persoonlijk verhaal te volgen.
Het levensverhaal van de heer Zuijdweg helpt ons te begrijpen wat er achter één voordeur gebeurde op 10 november 1944 — en waarom deze geschiedenis niet vergeten mag worden.
4.1 Tafereel achter de voordeur van de fam. Zuijdweg
Citaat uit het dagboek van de heer M.A. ( Rinus ) Zuijdweg
Rotterdam Razzia 10 november 1944
Het was op vrijdagmorgen van 10 november 1944 dat we vroeg werden opgeschrikt door een enorme ongewone drukte in de Rozemarijnstraat ( Bloemhof Rotterdam Zuid ) waar ik toen woonde.
Het was weliswaar het vierde oorlogsjaar en hadden al heel wat angstige momenten mee gemaakt , maar waren toch niet gewend dat er in onze buurt zoveel zwaar bewapende Duitse soldaten driftig heen en weer liepen.
Op het kruispunt met de Balsemienstraat stond zelfs zwaar schiettuig opgesteld . Tevens bleek er in iedere brievenbus van de hoofdzakelijk uit arbeiderswoningen bestaande wijk een Bevel te zijn gestopt. Daarin stond dat alle mannen van 17 tot 40 jaar met voldoende kleding en proviand zich op de hoek van de straat bij de soldaten voor werk voor de Weermacht moesten melden. Het zou, vermeldde het pamflet, maar 3 weken duren en zouden goede kost , rookartikelen en vijf gulden per dag krijgen.
Zij die niet aan de oproep gehoor zouden geven liepen bij ontdekking het gevaar gestraft te worden en particulier eigendom zou worden aangesproken. Nu waren . we van de bezetter wel wat geweld en bluf gewend. Maar gezien de overmacht en verbetenheid waarbij deze actie gepaard ging , sloeg de onzekerheid bij velen evenredig toe. Met bajonet op de geweren bewapende soldaten belde aan , trapten als zij dat nodig vonden de deuren open en deden huiszoeking. Één groot aantal mannen die eigenlijk geen gehoor wilde geven aan de oproep, gingen uit angst dat hun familieleden wat zou overkomen , zich na schoorvoetend zoveel dreiging , schoorvoetend toch maar melden bij de soldaten. Éen karig bundeltje kleding en voedsel mede nemend.
Mijn vader was boven de 40 dus hoefde zich niet te melden. Maar ik was één maand voor deze wat achteraf bleek , één groot razzia te zijn , 17 jaar geworden dus ik viel net binnen de leeftijdsgrens en moest mij eigenlijk melden. Mijn moeder nam toen het spontane besluit dat ik niet mocht gaan. Niet alleen vond zij mij veel te jong , maar ook te klein van stuk .Inderdaad was ik niet zo groot en kon, wat ik toen niet leuk vond, nog een korte broek aan. Wat ik toen in die penibele situatie om de aandacht van de Duitsers een beetje af te leiden , noodgedwongen ook heb moeten doen. Zo gezegd zo gedaan, wat je ouders beslisten dat was goed en ik zou mij niet gaan melden.
Ons huis werd gelukkig niet doorzocht en waande mij veilig in moeders schoot. Totdat ik niets vermoedend mij vertoonde aan de achterkant van ons huis op de veranda bij een heftige discussie tussen de buren over de oproep. Daar werd ik ontdekt door een Duits gezinde beneden buurvrouw, die blijkbaar op de hoogte was van mijn leeftijd en zag dat ik niet van plan was mij te melden.
Zij riep met luide stem zodat de hele buurt het kon horen dat ik als 17 jarige ook moest gaan want de andere jongens moesten ook en het was maar voor drie weken. Op gevaar af dat zij mijn weigering om niet te gaan ook aan haar Duitse minnaar zou vertellen sloeg de angst bij mijn ouders toe. Zij durfden het risico om verraden te worden en het gevaar wat ons grote gezin ( 12 personen ) dan boven het hoofd hing bij ontdekking, niet te nemen.
De teleurstelling bij iedereen van ons was groot maar ik durfde ook niet tegen te stribbelen. En ik moest mij hals over kop alsnog verkleden en reisvaardig maken voor de nog onbekende bestemming.
Ik zie nog het verdriet in de ogen van mijn ouders toen ik angstig de deur uitging. Noodgedwongen en met pijn in het hart konden zij de bescherming van hun oudste zoon niet meer waarborgen.
Mijn bagage bestond, buiten de schamele kleding die ik aanhad, uit oude, uit de mode zijnde te grote kledingstukken van mijn vader
en half versleten te grote hoge heren rijglaarzen uit het jaar nul en een pakje boerhammen.
En daar ging ik , als 1 van de ongeveer 50.000 slachtoffers die op deze dag van huis en haard werden verdreven een onzekere toekomst tegemoet.
Einde Citaat dagboek van de heer M.A. ( Rinus ) Zuijdweg
Hieronder de foto van de heer M.A. (Rinus) Zuijdweg
(bron / Het Algemeen Dagblad ( AD - Foto Jan de Groen)
De Razzia van Rotterdam - Het drama van Tuindorp Vreewijk
In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog werd Rotterdam getroffen door een van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit zijn geschiedenis. Op 10 en 11 november 1944 voerde de Duitse bezetter een grootschalige razzia uit , waarbij meer dan 50.000 mannen
werden opgepakt en gedeporteerd voor dwangarbeid in Duitsland.
Vooral in Rotterdam-Zuid en in het bijzonder in Tuindorp Vreewijk, liet deze gebeurtenis diepe littekens achter. Wat begon als een gewone herfstdag , veranderde in een nachtmerrie die gezinnen voorgoed uit elkaar rukte.
In 1944 was de situatie al zwaar. De oorlog duurde voort, voedsel werd schaarser en de dreiging van de bezetter.
Een wijk in oorlogstijd
Tuindorp Vreewijk stond bekend als een rustige , groene arbeiderswijk. De wijk was ontworpen met aandacht voor leefbaarheid en gemeenschapsgevoel. Juist daarom was de impact van de razzia hier zo groot : het dagelijkse leven werd abrupt verstoord.
In 1944 was de situatie al zwaar. De oorlog duurde voort, voedsel werd schaarser en de dreiging van de bezetter was voortdurend aanwezig. Toch kon niemand vermoeden wat er in november zou gebeuren.
De omsingeling van de stad
In de nacht van 9 op 10 november 1944 werd Rotterdam volledig afgesloten. Duitse troepen sloten bruggen af en controleerden alle toegangswegen. Communicatie werd onmogelijk gemaakt.In Vreewijk sliepen de meeste bewoners nog, onwetend van wat hen te wachten stond.
De inval in de wijk
In de vroege ochtend van 10 november verschenen Duitse soldaten in de straten van Vreewijk. Ze gingen systematisch te werk : straat voor straat, huis voor huis. Er werd hard op de deuren gebonsd.
Mannen tussen de 17 en 40 jaar moesten zich legitimeren. Wie binnen deze leeftijdsgroep viel , liep groot gevaar om meegenomen te worden.
Angst achter de voordeur
Achter gesloten deuren speelden zich dramatische taferelen af :
*** Mannen probeerden zich te verstoppenop zolders of onder vloeren
*** Gezinnen overlegden in paniek wat te doen
*** Moeders probeerden hun mannen en zonen te beschermen
Soms met succes , maar vaak zonder resultaat. Kinderen zagen hoe hun vader werd meegenomen. Voor velen was dit het laatste moment dat zij hem zagen,
4.2 Tafereel achter de voordeur van de familie Gaertman in Tuindorp Vreewijk
Overgang:
Even verderop in Rotterdam-Zuid voltrok zich op dezelfde ochtend aan de Groene Zoom 79 een ander tafereel
Historisch kader : De Razzia van 10 november 1944 In Tuindorp Vreewijk
Op 10 november 1944 werd ook Tuindorp Vreewijk de karakteristieke tuinstad in Rotterdam-Zuid , omsingeld door Duitse troepen. De Razzia trof niet alleen het centrum van Rotterdam , maar juist ook woonwijken waar arbeidersgezinnen leefden.
Vreewijk ontworpen als een ideale woonwijk met veel groen en gemeenschapszin , werd die ochtend een wijk van angst en dreiging. Soldaten blokkeerden toegangswegen en trokken straat voor straat door de buurt. De stilte van de vroege ochtend werd doorbroken door gebonk op deuren , bevelen in het Duits en het huilen van kinderen.
De Razzia was onderdeel van een grootschalige Duitse actie na de mislukking van Operatie Market Garden. De bezetter wilde arbeidskrachten voor de oorlogsindustrie en voorkomen dat Rotterdam een brandpunt van verzet zou worden.
Foto van mijn vader Hendrik Willem Gaertman uit 1943
Foto van mijn moeder Jo Gaertman - Zimmerman uit 1943
Kinderen uit het huwelijk van Hendrik Willem Gaertman en Johanna Agnes Suzanna Hendrika Zimmerman
Van Links naar rechts Jan, Mathilde, Henk en Henny ( De kleding maakte mijn moeder zelf als vakkundig coupeuze )
Ook achter de voordeur van de familie Gaertman in Tuindorp Vreewijk voltrok zich die ochtend een persoonlijk drama.
Met veel machtsvertoon en geweld dwongen die ochtend een 4- tal personen ons huis binnen. Hun aanwezigheid 4 personen vulde de kleine woonkamer met een ongekende dreiging.
Dit gezelschap bestond uit :
Twee Duitse soldaten met de bajonet op het geweer die waren vergezeld door
Een NSB-er
en een man die zich uitgaf als Amsterdams bokskampioen onder de naam "Kanero".
In de nabijheid van mijn moeder en ons , de kinderen , vielen er harde klappen.. Het geweld was bedoeld om angst te zaaien en verzet bij voorbaat te breken. Dat dit gebeurde in het bijzijn van een moeder en haar kinderen toont de meedogenloosheid van de actie. Mijn vader had de beschikking over een vrijwaringsbewijs en had zich als zodanig niet voor ons huis geposteerd. In normale omstandigeden had dit hem kunnen beschermen tegen arbeidsinzet. Maar tijdens deze razzia werd geen ruimte gelaten voor individuele uitzonderingen. De actie was systematisch , massaal en hard.
Te midden van de spanning mocht hij ons nog een vluchtig kusje geven en vervolgens werd hij , onder zware begeleiding, weggevoerd.
Dit was voor ons het laatste moment dat wij hem in levende lijve zagen.
Portret Hendrik Willem Gaertman --- Geboortedatum 22 maart 1940
Fotograaf en schrijver Dick Termond in het boek 44 Nabestaanden - De Razzia van november 1944 in Rotterdam en Schiedam.
Henk is na beëindiging van zijn werkzaam leven begonnen aan het onderzoek wat zijn vader Hendrik Willem Gaertman in de oorlog en tijdens de razzia is overkomen. Naast dat hij gebeurtenissen uit de oorlog nog levendig voor zich ziet, spreekt hij van het syndroom " Augustaschacht " ( een straf- en heropvoedingskamp in Ohrbeck nabij Osnabrück ) waar zijn vader op gruwelijke wijze werd vermoord.
Bron : Dick Termond - De Razzia van November 1944 in Rotterdam en Schiedam : 44 Nabestaanden
Citaat : Dick Termond
Op 10 en 11 november 1944 werden meer dan 52.000 mannen uit Rotterdam en Schiedam weggevoerd tijdens de grootste razzia uit de Nederlandse geschiedenis. Slechts weinigen keerden ongeschonden terug. Voor de achterblijvers bleef de leegte.
In 44 Nabestaanden vertelt fotograaf en schrijver Dick Termond de verhalen van kinderen , kleinkinderen en andere verwanten van de weggevoerden. In openhartige interviews reconstrueren zij wat hun vader of grootvader is overkomen , maar vooral ook hoe de stilte , het verdriet en de veerkracht doorwerkten in hun eigen leven.
Met indringende portretten en getuigenissen brengt dit boek de echo van de razzia tot leven. Het is geen opsomming van feiten , maar een menselijke geschiedenis over verlies, zwijgen en de kracht van herinneren.
44 Nabestaanden is een uitnodiging om te luisteren naar wat generaties lang ongezegd bleef, en om door te geven wat niet vergeten mag worden.
Henk in uitspraken
De razzia heeft een groot litteken in ons gezin geslagen. Als je tijdens de hongerwinter wordt geconfronteerd met de effecten van verzet en nu en dan onderduikers in huis hebt en voeg daarbij het verdriet van mijn moeder die in de oorlogsjaren haar moeder , haar schoonmoeder , haar broer aan tyfus en uiteindelijk ook haar man verloor , dan geeft dat grote spanningen.
Het kwam alles neer op de schouders van mijn moeder. Je bent dan als kind snel "kind af ".
"We werden als kinderen ( Jan, Henny, Henk en Mathilde ) op 6 februari 1953 tijdens de watersnood geconfronteerd met het overlijden van onze moeder als gevolg van een hersenbloeding. Ik was toen 12 jaar en mijn jongste zus Mathilde 10 jaar. Vanaf die datum waren we weeskinderen met alle gevolgen van dien.
Al deze gebeurtenissen hebben mij in het latere leven veel concentratieverlies opgeleverd.
Einde Citaat : Dick Termond
De eerste exemplaren van het boekwerk 44 Nabestaanden van Dick Termond werden op 10 november 2025 uitgereikt aan de Heer Harald Bergmann en aan mevr. Carola Schouten resp. Burgemeester van Schiedam en Rotterdam. In het midden Dick Termond fotograaf en schrijver.
Van Statistiek naar menselijk verhaal
De Razzia van 10 november 1944 wordt vaak weergegeven in cijfers : meer dan 50.000 opgepakte mannen , overvolle treinen richting Duitsland, duizenden gezinnen ontwricht.
Maar achter elk cijfer schuilt een woonkamer , een gezin, een kind dat zijn vader ziet vertrekken
Het verhaal van de familie Gaertman maakt zichtbaar wat de razzia werkelijk betekende voor Rotterdam Zuid
**** Angst achter gesloten deuren
**** Vernedering in het bijzijn van kinderen
**** De plotselinge afwezigheid van vaders
**** En een onzekerheid die uitmondde in de naderende Hongerwinter
Door deze persoonlijke herinnering te verbinden aan de historische context wordt duidelijk dat de Razzia niet alleen een militaire
maatregel was, maar een diep ingrijpend menselijk drama.
Stap 1 – De envelop
- Titel: De envelop – Kampen, 18 november 1944
- Subtitel: Brief van mijn vader tijdens deportatie
- Auteur: [Hendrik Willem Gaertman]
- Datum: [30 maart 2026]
[FOTO – VOORZIJDE ENVELOP]
Voorkant van de briefenvelop van mijn vader, gedateerd 18 november 1944.
Deze envelop bevat de brief die mijn vader schreef tijdens zijn deportatie in november 1944.
De brief werd geschreven aan boord van het schip “Helios” (1643 ton), op de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer), op een woensdagmiddag tijdens de overtocht van Amsterdam naar Kampen. Deze reis duurde ongeveer zes tot zeven uur.
FOTO – ACHTERZIJDE ENVELOP]
Achterkant van de envelop met aantekeningen over aankomst in Kampen.
Op de achterzijde van de envelop noteerde mijn vader enkele aanvullende woorden. Hij schreef dat hij op donderdagochtend 16 november 1944 in Kampen was aangekomen en vermoedelijk zou worden ondergebracht in de Generaal van Heutszkazerne.
Hij voegde eraan toe:
Nader bericht volgt zo spoedig mogelijk. Hartelijke groeten aan allen. Henk.
De brief werd uiteindelijk gepost in Kampen op 18 november 1944 — waarschijnlijk met hulp van de plaatselijke bevolking, die veel heeft betekend voor de dwangarbeiders in die periode.
🔹 Stap 2 – Eerste citaatkader (briefkaart) 🔹
Citaatkader – Briefkaart
“Heb je van kantoor nog iets gehoord?
Schrijf per omgaande eens terug. Misschien lukt het.
En de financiën — gaan die door?
Dan behoef ik daar geen zorg over te hebben.”
Deze woorden schreef mijn vader op een briefkaart tijdens zijn deportatie.
In de zin ‘Misschien lukt het’ klinkt hoop door — maar ook de onzekerheid van dat moment.
Persoonlijke reflectie
Deze korte zinnen en de envelop zelf laten zien hoe het dagelijkse leven — contact met familie, zorgen over
financiën, hoop en onzekerheid van levensbelang bleef , onzekerheid zelfs in een situatie van deportatie.
Voor mij persoonlijk is dit document helend en belangrijk om het verhaal van mijn vader levend te houden.
Auteur : Hendrik Willem Gaertman
🔹 Stap 3 – Voorzichtige toevoeging
💬Citaat– Brief uit Kampen (18 november 1944)
“Lieve vrouw en kinderen,
Vanmorgen zijn we verplaatst naar de Gen. van Heutsz kazerne in Kampen, kamer 74 met 15 man.
Je begrijpt dat praktisch den geheele dag je gedachten thuis zijn.
Met z’n vijven zitten we bij elkaar, nog steeds hetzelfde ploegje uit het stadion.
Waar de uiteindelijke bestemming heen is, is niet bekend.”
📌 Toelichting
(Deze briefkaart schreef mijn vader op 18 november 1944 vanuit Kampen, kort na aankomst.
De woorden laten zien hoe onzeker de situatie was — en hoe sterk de band met thuis bleef.
Overgang naar 4.3 Tafereel achter de voordeur van Oldegaarde 112b, Rotterdam Charlois
Achter de voordeur van de familie Gaertman speelde zich een werkelijkheid af die voor velen lange tijd onzichtbaar is gebleven. Het zijn de kleine, persoonlijke momenten — de spanning in huis, het gefluister, de angst voor wat komen gaat — die samen het grotere verhaal van de oorlog vormen.
Wat zich hier afspeelde, stond niet op zichzelf. In talloze huizen in Rotterdam-Zuid voltrokken zich vergelijkbare taferelen. Gezinnen leefden tussen hoop en vrees, terwijl buiten de dreiging steeds voelbaarder werd.
Juist daarom zijn persoonlijke getuigenissen van onschatbare waarde. Zij geven niet alleen feiten weer, maar laten ons voelen wat het betekende om die tijd daadwerkelijk mee te maken.
Volgens een toelichting van zijn zoon, Henk Bender, was dit het dagboek van zijn vader, Hendricus Bender (22 juli 1920 – 8 maart 1985). Jarenlang had dit persoonlijke document verborgen gezeten achter het kastje, onzichtbaar voor de buitenwereld
Toelichting van Henk Bender (november 1996)
"Van het bestaan van dit dagboekje was, voor zover ik weet, niemand op de hoogte. Waarschijnlijk zal mijn moeder, Alida Meijer, het na de terugkeer van mijn vader uit Duitsland wel hebben gelezen.
Uit de zeer schaarse verhalen die mijn vader wel eens over die periode vertelde, kwamen enkele fragmenten uit dit boekje mij bekend voor. Het overgrote deel was mij echter totaal nieuw.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik door dit boekje mijn vader op een andere manier ben gaan zien. De vader die in dit dagboek naar voren komt, kende ik niet. Ik zou willen dat dit boekje veel eerder tevoorschijn was gekomen.
Het geeft een indringend beeld van de omstandigheden waarin hij in Duitsland verkeerde — hoe hij dacht, waaraan hij dacht en wat hem dagelijks bezighield. Maar wat hij, zoals zovelen, werkelijk heeft meegemaakt, zal altijd voor een deel onbekend blijven.
Het dagboek eindigt vrij abrupt op 21 april 1945. De reden hiervan laat zich slechts raden, maar zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met zijn vertrek uit Duitsland. Toen de geallieerden het gebied bereikten waar hij verbleef, zal iedereen geprobeerd hebben zo snel mogelijk naar huis terug te keren.
Het moet een tijd zijn geweest waarin alles snel veranderde en niets zeker was. Mogelijk is hij kort na de laatst vermelde datum vertrokken richting Nederland. Uit andere documenten, waaronder een verlofpas van Repatriëring Zuid-Limburg, blijkt dat hij nog enige tijd in Limburg (Maasbree) heeft verbleven voordat hij naar Rotterdam kon terugkeren. Mogelijk hield dit verband met een wond aan zijn voet.
Ik heb de tekst van het dagboek zoveel mogelijk ongewijzigd gelaten. Hier en daar zijn, ten behoeve van de leesbaarheid, leestekens toegevoegd of zinnen licht aangepast. De intentie van het dagboek is echter volledig intact gelaten.
Opmerking Henk Gaertman
Opmerkelijk is dat in het dagboek driemaal de naam Laurens voorkomt. Nadat ik het boekwerk had gelezen, heb ik Henk Bender gewezen op het boekje van Lourens Reedijk, dat hij inmiddels heeft aangeschaft. De verbazing was groot. Zo krijgt de context van het dagboek nog meer betekenis en wordt het verhaal verweven met andere bronnen over die periode."
Waar het tafereel achter de voordeur van de familie Gaertman een momentopname biedt, vormt dit dagboek een doorlopende getuigenis. Dag na dag beschrijft Bender wat hij ziet, hoort en voelt. Zijn woorden brengen ons dichter bij de werkelijkheid van alledag in oorlogstijd — een werkelijkheid die zich niet alleen op straat afspeelde, maar juist ook binnenshuis, achter gesloten deuren.
Via een oproep in De Oud-Rotterdammer kwam dit bijzondere document uiteindelijk in mijn bezit. Dankzij de bereidheid van Henk Bender om het dagboek van zijn vader te delen, is een stem uit het verleden opnieuw hoorbaar geworden.
De razzia van november 1944
Een stem uit de deportatie
Op 10 november 1944 wordt Rotterdam opgeschrikt door een van de grootste razzia’s uit de Nederlandse geschiedenis. Duizenden mannen worden van straat en uit hun huizen gehaald. Ook in wijken als Vreewijk worden gezinnen plotseling uit elkaar gerukt.
Wat volgt is een gedwongen deportatie naar Duitsland, waar velen worden ingezet voor dwangarbeid. De gebeurtenissen laten diepe sporen na in de stad en haar inwoners.
Een stem uit de razzia
Eén van de mannen die wordt weggevoerd is Hendricus Bender. In zijn dagboek beschrijft hij wat hem overkomt. Zijn woorden brengen ons dichter bij de werkelijkheid van die dagen.
Op de kade begint zijn reis:
“Om half elf komt er een sleepboot voor en vertrekken we vanaf de Stieltjeskade. Waarheen?”
Met deze ene vraag vat hij de onzekerheid van duizenden mannen samen. De kade wordt het punt waarop het gewone leven abrupt eindigt.
De razzia van november 1944
Een stem uit de deportatie
Op 10 november 1944 wordt Rotterdam opgeschrikt door een van de grootste razzia’s uit de Nederlandse geschiedenis. Duizenden mannen worden van straat en uit hun huizen gehaald. Ook in wijken als Vreewijk worden gezinnen plotseling uit elkaar gerukt.
Wat volgt is een gedwongen deportatie naar Duitsland, waar velen worden ingezet voor dwangarbeid. De gebeurtenissen laten diepe sporen na in de stad en haar inwoners.
Een stem uit de razzia
Eén van de mannen die wordt weggevoerd is Hendricus Bender. In zijn dagboek beschrijft hij wat hem overkomt. Zijn woorden brengen ons dichter bij de werkelijkheid van die dagen.
Op de kade begint zijn reis:
“Om half elf komt er een sleepboot voor en vertrekken we vanaf de Stieltjeskade. Waarheen?”
Met deze ene vraag vat hij de onzekerheid van duizenden mannen samen. De kade wordt het punt waarop het gewone leven abrupt eindigt.
4.3 Tafereel achter de voordeur van Oldegaarde 112b, Rotterdam-Charlois
Achter de voordeur van Oldegaarde 112b, in Rotterdam-Charlois, ging jarenlang een verhaal schuil dat voor de buitenwereld onzichtbaar bleef. Waar herinneringen vaak worden doorgegeven van generatie op generatie, lag dit verleden letterlijk verborgen — stil en vergeten.
In augustus 1996, tijdens het uitruimen van de woning in verband met een verhuizing van mijn stiefmoeder, kwam het onverwacht tevoorschijn. Toen een klein kastje aan de muur werd losgeschroefd, viel er iets op de grond. Het bleek een klein dagboekje te zijn, opgeborgen in een bruine envelop van Scheepswerf Piet Smit.
Hier volgt een selectie van de aantekeningen gemaakt door Hendricus Bender.
Dagboekfragmenten
Citaat Hendricus Bender
Vrijdag 10 november 1944
“8u30 van huis gehaald en naar het oude Feyenoord terrein gebracht.”
“Er zitten ongeveer 100 man in dit ruim. Ik heb precies een plaatsje waar ik mijn voeten neer kan zetten.”
“Daar zie ik de sterren door voorbijschuiven.”
De mannen worden samengebracht en afgevoerd. In het ruim van het schip begint een onzekere reis.
Zaterdag 11 november 1944
“Ik kon niet liggen of zitten. Dus heb ik maar van den ene voet op de andere gehangen.”
“Wanneer er teveel boven kwamen werd er geschoten.”
De eerste nacht verloopt zonder rust. Vermoeidheid en angst nemen toe.
Zondag 12 november 1944
“We worden bewaakt als gevangenen. Dat zijn we eigenlijk ook.”
Het besef groeit dat vrijheid ver weg is.
Maandag 13 november 1944 – Kampen
“Er komen S.S. soldaten (…) en slaan ieder die aan dek komt.”
“Er zat bij ons een jood. Die wordt er op de wal uitgepikt en door een officier doodgeschoten en vervolgens de IJssel ingetrapt.”
De situatie escaleert in openlijk geweld en willekeur.
Dinsdag 14 november 1944
“De bevolking van Kampen komt naar de kade met brood en pannen eten.”
“Wat die mensen daar gedaan hebben vergeet ik nooit weer.”
Tussen alle ellende door tonen burgers hun medemenselijkheid.
Woensdag 15 november 1944
“We weten nu zeker dat we de grens over gaan.”
“We piekeren er allemaal over hoe het thuis gesteld zal zijn.”
De onzekerheid verschuift naar zorgen om het thuisfront.
Donderdag 16 november 1944
“Van Hannover zien we alleen puin.”
De verwoesting van de oorlog wordt zichtbaar.
Vrijdag - Zaterdag 17–18 november 1944
“We moeten direct onder de douche… een laag kolengrijs wordt van ons lichaam afgeboend.”
“Wanneer je die dekens met schone handen vastpakt zijn ze gelijk vuil.”
“We slapen, ondanks vuil en vlooien.”
De mannen bereiken hun bestemming: een werkkamp waar zware omstandigheden het dagelijks leven bepalen.