De inhoud van deze website is auteursrechtelijk beschermd. ©
The content of this website is protected by copyright. ©
Der Inhalt dieser Website ist urheberrechtlich geschützt. ©
Le contenu de ce site est protégé par le droit d'auteur. ©
Terwijl de echo van de woorden van mijn moeder nog nagalmt, verschuift de blik naar een stad in de greep van verandering. Hoofdstuk 4 brengt ons naar de straten van Rotterdam, waar na de bevrijding een nieuwe toekomst langzaam vorm krijgt."
Hoofdstuk 4 – Wat zich afspeelde achter de voordeur.
4.0 Een stad in de greep.
In het najaar van 1944 bevond Rotterdam zich in een wurggreep. De stad droeg nog altijd de littekens van het bombardement van mei 1940. Wijken waren verwoest, gezinnen uiteengerukt, voedsel schaars en brandstof vrijwel onvindbaar. De Duitse bezetter voerde de druk verder op. Maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op. De onzekerheid groeide.
Hoop en angst bestonden naast elkaar — maar zekerheid ontbrak.
Op dinsdag 5 september 1944, later bekend geworden als Dolle Dinsdag, verspreidde zich het gerucht dat de geallieerden Nederland spoedig zouden bevrijden. NSB’ers sloegen op de vlucht. Mensen fluisterden op straat dat het einde van de bezetting nabij was. Ook in Rotterdam leefde die hoop. In duizenden gezinnen — ook in het mijne — werd voorzichtig gesproken over vrijheid.
Maar de werkelijkheid bleek anders.
De geallieerde opmars stokte bij de grote rivieren. Operatie Market Garden bracht niet de doorbraak waarop velen hadden gehoopt. Rotterdam bleef bezet gebied. De teleurstelling was voelbaar en zwaar. De Duitse bezetter reageerde met toenemende hardheid. Er kwamen meer controles, meer dreiging, meer willekeur.
Wat begon als hoop, sloeg om in spanning.
En toen, enkele weken later, werd die spanning werkelijkheid.
Op vrijdag 10 november 1944 omsingelden Duitse troepen grote delen van Rotterdam. Bruggen werden afgesloten, straten geblokkeerd, wijken hermetisch afgezet. Mannen tussen ongeveer 17 en 40 jaar moesten zich melden. Huizen werden doorzocht. Wie zich niet meldde, werd opgejaagd.
Tienduizenden mannen werden die dag opgepakt tijdens wat bekend zou worden als de Razzia van Rotterdam.
Achter iedere voordeur speelde zich een eigen drama af.
Terwijl Rotterdam onder toenemende druk stond, ontwikkelden de gebeurtenissen zich in de dagen vóór 10 november 1944 in een zorgwekkende richting.
De familie Zuijdweg was tijdens de razzia woonachtig in de arbeiderswijk Bloemhof een wijk in Rotterdam Zuid
10 november 1944 – Razzia in Rotterdam-Zuid
In de vroege ochtend van 10 november 1944 omsingelden Duitse militairen de wijken van Rotterdam-Zuid. In onder andere Tuindorp Vreewijk, Bloemhof, Hillesluis en Feijenoord werden mannen tussen 17 en 40 jaar ruw uit hun huizen gehaald.
Zonder aanklacht, zonder afscheid, zonder zekerheid over wat hen te wachten stond. Moeders, vrouwen en kinderen bleven verbijsterd achter.
Wat volgde was een massale deportatie naar Duitsland. Velen kwamen terecht in dwangarbeiderskampen rond Osnabrück en andere industriesteden. Voor sommigen werd het een weg zonder terugkeer.
Het begin van een tragedie die gezinnen voorgoed tekende.
Vooraf – De dagen vóór 10 november 1944
In september 1944 werd er in onze buurt weer naar de lucht gekeken. Er werd gesproken over vliegtuigen, over een luchtbrug, over de komst van de geallieerden. De naam Operatie Market Garden ging van mond tot mond. Voor volwassenen was het een militaire operatie. Voor een kind betekende het iets anders: het was een teken van hoop !
Ik herinner mij dat ik kentekens en markeringen van vliegtuigen noteerde. Het leek belangrijk. Alsof het bijdroeg aan het verwelkomen van hen die ons zouden bevrijden.
De spanning was anders dan in de jaren daarvoor. Er werd gefluisterd, maar er werd ook voorzichtig geloofd dat het niet lang meer kon duren.
Die hoop bleek voorbarig.
Na september bleef Rotterdam-Zuid onder Duitse bezetting. De bevrijding stokte bij de grote rivieren. De dagen werden korter, de nachten kouder. Achter voordeuren sprak men over voedsel, over brandstof, over wat de winter zou brengen. De onzekerheid nam toe. Er deden geruchten de ronde over grootschalige arbeidsinzet. Mannen werden gewaarschuwd om zich gedeisd te houden. Sommigen doken onder. Anderen bleven thuis — uit plichtsgevoel, uit verantwoordelijkheidsbesef, of eenvoudigweg omdat men niet kon geloven dat het zó massaal zou worden.
Wat wij niet wisten, was dat de bezetter voorbereidingen trof voor een grootschalige razzia.
De actie werd zorgvuldig voorbereid en vrijwel zonder uitlek uitgevoerd. Wijken werden in sectoren verdeeld, bruggen en uitvalswegen bewaakt, complete straten systematisch doorzocht. Voor zover bekend was het georganiseerde verzet niet tijdig op de hoogte van de precieze datum en omvang van deze operatie. Algemene waarschuwingen voor arbeidsinzet bestonden, maar geen gerichte alarmering die kon voorkomen wat op handen was.
Wat op 10 november 1944 zou plaatsvinden, overtrof de somberste verwachtingen..
Achter iedere voordeur speelde zich een eigen drama af.
Maar wat betekende dat concreet ?
Achter één van die voordeuren woonde de heer Zuijdweg. Zijn verhaal helpt ons te begrijpen hoe de razzia van 10 november 1944 het bestaan van talloze Rotterdamse gezinnen ingrijpend veranderde.
Op die ochtend werd bij hem aangebeld. Het was een gewone dag begonnen in Rotterdam-Zuid, maar die rust werd abrupt verbroken. Wat volgde, sleurde hem mee in een reeks gebeurtenissen die zijn leven voorgoed zouden veranderen.
Voor jonge generaties kan het moeilijk zijn zich voor te stellen wat een razzia werkelijk betekende. Daarom is het belangrijk een persoonlijk verhaal te volgen.
Het levensverhaal van de heer Zuijdweg helpt ons te begrijpen wat er achter één voordeur gebeurde op 10 november 1944 — en waarom deze geschiedenis niet vergeten mag worden.
4.1 Tafereel achter de voordeur van de fam. Zuijdweg
Citaat uit het dagboek van de heer M.A. ( Rinus ) Zuijdweg
Rotterdam Razzia 10 november 1944
Het was op vrijdagmorgen van 10 november 1944 dat we vroeg werden opgeschrikt door een enorme ongewone drukte in de Rozemarijnstraat ( Bloemhof Rotterdam Zuid ) waar ik toen woonde.
Het was weliswaar het vierde oorlogsjaar en hadden al heel wat angstige momenten mee gemaakt , maar waren toch niet gewend dat er in onze buurt zoveel zwaar bewapende Duitse soldaten driftig heen en weer liepen.
Op het kruispunt met de Balsemienstraat stond zelfs zwaar schiettuig opgesteld . Tevens bleek er in iedere brievenbus van de hoofdzakelijk uit arbeiderswoningen bestaande wijk een Bevel te zijn gestopt. Daarin stond dat alle mannen van 17 tot 40 jaar met voldoende kleding en proviand zich op de hoek van de straat bij de soldaten voor werk voor de Weermacht moesten melden. Het zou, vermeldde het pamflet, maar 3 weken duren en zouden goede kost , rookartikelen en vijf gulden per dag krijgen.
Zij die niet aan de oproep gehoor zouden geven liepen bij ontdekking het gevaar gestraft te worden en particulier eigendom zou worden aangesproken. Nu waren . we van de bezetter wel wat geweld en bluf gewend. Maar gezien de overmacht en verbetenheid waarbij deze actie gepaard ging , sloeg de onzekerheid bij velen evenredig toe. Met bajonet op de geweren bewapende soldaten belde aan , trapten als zij dat nodig vonden de deuren open en deden huiszoeking. Één groot aantal mannen die eigenlijk geen gehoor wilde geven aan de oproep, gingen uit angst dat hun familieleden wat zou overkomen , zich na schoorvoetend zoveel dreiging , schoorvoetend toch maar melden bij de soldaten. Éen karig bundeltje kleding en voedsel mede nemend.
Mijn vader was boven de 40 dus hoefde zich niet te melden. Maar ik was één maand voor deze wat achteraf bleek , één groot razzia te zijn , 17 jaar geworden dus ik viel net binnen de leeftijdsgrens en moest mij eigenlijk melden. Mijn moeder nam toen het spontane besluit dat ik niet mocht gaan. Niet alleen vond zij mij veel te jong , maar ook te klein van stuk .Inderdaad was ik niet zo groot en kon, wat ik toen niet leuk vond, nog een korte broek aan. Wat ik toen in die penibele situatie om de aandacht van de Duitsers een beetje af te leiden , noodgedwongen ook heb moeten doen. Zo gezegd zo gedaan, wat je ouders beslisten dat was goed en ik zou mij niet gaan melden.
Ons huis werd gelukkig niet doorzocht en waande mij veilig in moeders schoot. Totdat ik niets vermoedend mij vertoonde aan de achterkant van ons huis op de veranda bij een heftige discussie tussen de buren over de oproep. Daar werd ik ontdekt door een Duits gezinde beneden buurvrouw, die blijkbaar op de hoogte was van mijn leeftijd en zag dat ik niet van plan was mij te melden.
Zij riep met luide stem zodat de hele buurt het kon horen dat ik als 17 jarige ook moest gaan want de andere jongens moesten ook en het was maar voor drie weken. Op gevaar af dat zij mijn weigering om niet te gaan ook aan haar Duitse minnaar zou vertellen sloeg de angst bij mijn ouders toe. Zij durfden het risico om verraden te worden en het gevaar wat ons grote gezin ( 12 personen ) dan boven het hoofd hing bij ontdekking, niet te nemen.
De teleurstelling bij iedereen van ons was groot maar ik durfde ook niet tegen te stribbelen. En ik moest mij hals over kop alsnog verkleden en reisvaardig maken voor de nog onbekende bestemming.
Ik zie nog het verdriet in de ogen van mijn ouders toen ik angstig de deur uitging. Noodgedwongen en met pijn in het hart konden zij de bescherming van hun oudste zoon niet meer waarborgen.
Mijn bagage bestond, buiten de schamele kleding die ik aanhad, uit oude, uit de mode zijnde te grote kledingstukken van mijn vader
en half versleten te grote hoge heren rijglaarzen uit het jaar nul en een pakje boerhammen.
En daar ging ik , als 1 van de ongeveer 50.000 slachtoffers die op deze dag van huis en haard werden verdreven een onzekere toekomst tegemoet.
Einde Citaat dagboek van de heer M.A. ( Rinus ) Zuijdweg
Hieronder de foto van de heer M.A. (Rinus) Zuijdweg
(bron / Het Algemeen Dagblad ( AD - Foto Jan de Groen)
Foto : Bron het Algemeen Dagblad ( AD ) goedkeuring na overleg met Marcel Wijnstekers van Jan de Groen.