Na mijn oproep in de Oud Rotterdammer in 2009 reageerde Henk Bender Jr en stuurde hij mij het dagboek van zijn vader.
Dit dagboekje is tevoorschijn gekomen in augustus 1996, bij het uitruimen van het huis aan de Oldengaarde 112b in Rotterdam, tijdens de verhuizing van mijn stiefmoeder.
Het boekje zat - in een bruine enveloppe van Scheepswerf Piet Smit - achter een klein kastje aan de muur , en viel op de grond toen het kastje van de muur werd los geschroefd. Van het bestaan van dit dagboekje was, niemand op de hoogte. Waarschijnlijk zal mijn moeder - Alida Meijer - het, na terugkeer van mijn vader uit Duitsland , wel gelezen hebben.
Uit de zeer schaarse verhalen die mijn vader weleens over die periode in Duitsland vertelde, kwamen een paar fragmenten uit dit boekje mij bekend voor, doch het overgrote deel was voor hem totaal nieuw. De eerlijkheid gebied mij ook te zeggen , dat ik door dit boekje mijn vader op een andere manier ben gaan zien.
De vader die in dit boekje naar voren komt ken ik niet. Maar ik zou willen dat dit boekje veel eerder tevoorschijn was gekomen.
Het geeft een beeld van de omstandigheden waarin hij in Duitsland verkeerde, hoe hij dacht , waaraan hij dacht en wat hem dagelijks bezighield. Maar wat hij - zoals velen - werkelijk heeft meegemaakt zal altijd onbekend blijven.
Rotterdam , november 1996 Henk Bender.
Na mijn oproep in de Oud Rotterdammer in 2009 reageerde Henk Bender Jr en stuurde hij mij het dagboek van zijn vader. Dit dagboekje is tevoorschijn gekomen in augustus 1996, bij het uitruimen van het huis aan de Oldengaarde 112b in Rotterdam, tijdens de verhuizing van mijn stiefmoeder.
Het boekje zat - in een bruine enveloppe van Scheepswerf Piet Smit - achter een klein kastje aan de muur , en viel op de grond toen het kastje van de muur werd los geschroefd. Van het bestaan van dit dagboekje was, niemand op de hoogte. Waarschijnlijk zal mijn moeder - Alida Meijer - het, na terugkeer van mijn vader uit Duitsland , wel gelezen hebben.
Uit de zeer schaarse verhalen die mijn vader weleens over die periode in Duitsland vertelde, kwamen een paar fragmenten uit dit boekje mij bekend voor, doch het overgrote deel was voor hem totaal nieuw. De eerlijkheid gebied mij ook te zeggen , dat ik door dit boekje mijn vader op een andere manier ben gaan zien. De vader die in dit boekje naar voren komt ken ik niet. Maar ik zou willen dat dit boekje veel eerder tevoorschijn was gekomen. Het geeft een beeld van de omstandigheden waarin hij in Duitsland verkeerde, hoe hij dacht , waaraan hij dacht en wat hem dagelijks bezighield. Maar wat hij - zoals velen - werkelijk heeft meegemaakt zal altijd onbekend blijven.
Rotterdam , november 1996 Henk Bender.
Dagboek van Hendricus Bender ( 22 juli 1920 - 8 maart 1985 )
Citaat
Vrijdag 10 novenber 1944
8u30 van huis gehaald en naar het oude Feyenoord terrein gebracht. Om ongeveer twaalf uur worden we geteld en dan gaat het naar de Stieltjeskade. Als we langs de Putsche Bocht komen zie ik Tante Jans, Opoe en Oom Rinus voor het raam staan. Nog even zwaaien. Aan de Stieltjeskade liggen de lichters nog waar we het verleden week nog over hadden. Daar worden we om drie uur ingeladen. Het is er niet zo aangenaam. De wanden en vloer zitten vol kolengruis. Er zitten of staan ongeveer 100 man in dit ruim. Ik heb precies een plaatsje waar ik mijn voeten neer kan zetten. Om half elf komt er een sleepboot voor en vertrekken we. Waarheen ? Er is een luik van het dek af. Daar zie ik de sterren door voorbijschuiven.
Zaterdag 11 november 1944
We varen nog steeds.Het is een pracht van een nacht geweest. Ik kon niet liggen of zitten. Dus heb ik maar van den ene voet op de andere gehangen. De bewaking liep maar over dek en wanneer er teveel boven kwamen werd er geschoten. Schutten in de sluis bij Vreeswijk. We passeren Utrecht in de verte. Mijn brood heb ik gisteren gedeeld met twee jongens die zo van de straat opgepikt waren en helemaal niets bij zich hadden. Het is 12 uur nacht. We worden in Amsterdam uitgeladen en in grote houtloodsen gebracht. Daar staan op verschillende plaatsen mitrailleurs opgesteld. Er ligt ook stro. Om 2 uur wordt er warm eten uitgedeeld. Aardappelen met rode kool. Dat gaat er best in. Slapen kan ik hier wel in heet stro. Er stapt zo nu en dan wel eens iemand op me maar zo nauw neem ik het niet.
Zondag 12 november 1944
Blijven in loods tot 1 uur. We worden bewaakt als gevangenen. Dat zijn we eigenlijk ook. Om half twee krijgen we weer eten, soep met brood. Daarna worden we weer in de schuit geladen. Het is nu beter. We krijgen nu stro in de schuit. Als er een pak stro naar beneden komt sneuvelt mijn bril. We blijven hier nog om nog tot donker liggen en dan vertrekken we om 6 uur door de sluizen naar het IJsselmeer. We varen weer door de nacht. De organisatie van deze deportatie is af.Iemand heeft zijn been gebroken bij het inladen. Een dokter is er niet. Er zijn ook b.v. maagpatiënten die niet buiten hun geneesmiddelen kunnen.
Maandag 13 november 1944
We komen om half twaalf in Kampen aan. Wat zal hier weer met ons gebeuren. De voorste schepen worden uitgeladen en die lui krijgen brood en koffie. Tegen drie uur gaan wij aan wal. D.w.z. er komen een zoodje S.S. soldaten van een jaar of zestien aan boord en slaan ieder die aan dek komt met de kolf van het geweer en ploertendoder den wal op. Er zat bij ons in het ruim een jood. Die wordt er op de wal uitgepikt en door een officier doodgeschoten plus en het water ingetrapt. Kultuur. Het brood en de koffie is op. Als er weer nieuw komt schieten we met plus minus 80 man over.
We worden in de stal van de Van Heutsz kazerne geborgen. Met de ruimte is het nog slechter als de eerste nacht in de schuit. Bij het binnenkomen heeft een van de S.S. me een flinke schop willen geven. Dat lukte niet omdat ik te hard liep. Maar wel schopte hij mijn bord kapot wat ik in mijn tas heb. Wanneer ik kans had, had ik dat jong graag met mijn handen open gepeuterd. Er wordt weer eten uitgedeeld maar daar grijp ik weer naast. Het wordt hier een vreselijke nacht. In een hoek is ruimte gemaakt, daar liggen er een paar te sterven. Zo nu en dan krijgt iemand een zenuwtoeval. Het geschreeuw en gekermis zo nu en dan net als ik het me van een sslagveld voorgesteld had. Om 10 uur is er warm eten gekomen. De mensen die vandaag nog niets gehad hebben zitten allemaal apart. Als de ketel met eten daarbij komen, is het net op. Dus ik grijp er weer naast.
Dinsdag 14 november 1944
Morgen half negen. We worden wee de schuit ingeladen of ingeslagen. Daar wennen we ook al aan. We zitten verder elkander maar een beetje aan te kijken. Tegen drie uur komt de bevolking van Kampen naar de kade met brood en pannen eten. Ze worden telkens weggeschoten maar ze houden toch vol. Wat die mensen daar gedaan hebben vergeet ik nooit weer. 's avonds hebben we voor het ruim van 80 man , 50 sigaren , 42 broden , 1 halve kaas , 4 doosjes lucifers, 74 appelen , 24 sneden brood, 28 pakjes shag. Dit wordt alles bij kaarslicht verdeeld.
Woensdag 15 november 1944
Om 6 uur in de morgen worden e weer naar den wal gejaagd of liever gezegd geslagen. Dat doen ze graag. We worden op de wal in de rij gezet en marcheren om 8 uur naar het station. Daar staan personentreinen klaar waar we in moeten stappen. Er wordt zelfs gecontroleerd of we allen een zitplaats hebben. Dat zal wel een lange reis worden. Als alles zit gaan we rijden. Richting grens. Ik heb gezegd toen ik van huis ging : Dat is voor den duur van de oorlog , maar nu geloof ik het vast. Tegen de middag stoppen we in Heino en krijgen daar brood, koffie en appelen van de bevolking, Als alles gegeten heeft gaat het weer verder. Tegen het donker komen we in Borne. Daar stoppen we weer. Het is plus minus 5 uur. De bevolking pakt brieven aan welke ze voor ons zullen posten. Hier gooi ik ook nog een briefje met mijn adres uit den trein. Wij twijfelen nu niet meer aan het doel van de reis. Tegen het donker rijden we weer. We hebben vreselijke dorsten geen druppel water meer. Om kwart voor twaalf komen we in Bentheim. Hier krijgen we water. Precies middernacht vertrekken we weer. We weten nu zeker dat we de grens over gaan. We piekeren er allemaal over hoe het thuis gesteld zal zijn. We passeren Löhne en later Osnabrûck.
U
Einde citaat Henk Bender