De kaart van Rotterdam-Zuid ( toegespitst op de wijken )

 

Rotterdam-Zuid bestond in 1944 uit wijken als Tuindorp Vreewijk, Bloemhof , Charlois en Feijenoord, waar duizenden gezinnen        woonden en hun dagelijks leven leidden.

Tijdens de razzia van 10 november 1944 werden juist deze woonwijken doelwit van een grootschalige actie van de Duitse bezetter. Straten werden afgesloten, bruggen bewaakt en hele buurten systematisch doorzocht.

 

Wat voor kinderen een vertrouwde buurt was, werd in één dag een plaats van angst en onzekerheid. De razzia veranderde vertrouwde woonwijken in plekken van angst en onzekerheid.

 

Tuindorp Vreewijk was een sociale en overzichtelijke tuindorpwijk, waar gezinnen dicht bij elkaar leefden en saamhorigheid vanzelfsprekend was.

 

Bloemhof was een dichtbevolkte arbeiderswijk in Rotterdam Zuid, waar het dagelijkse leven zich afspeelde in smalle straten en portieken.

 

Feijenoord was nauw verbonden met haven en industrie en had daardoor een groot strategisch belang voor de bezetter.

 

Slotzin

De razzia maakte van Rotterdam-Zuid tijdelijk een stad zonder veilige plekken.

 

                                                        De Breeweg op Rotterdam-Zuid tijdens de razzia van 10 november 1944.

Rechts is de Kruisvindingkerk te zien, links de Randweg. Onder de luchtbrug is de weg afgesloten. Op de voorgrond rijdt tramlijn 3, die normaal van Groene Zoom naar Blijdorp ging. Wat een gewone straat was, veranderde in een plek van controle en angst. De razzia speelde zich af midden in het dagelijkse leven. Voor veel bewoners begon hier een onzeker en vaak noodlottig lot. Wat een gewone straat was, veranderde in een plek van controle en angst. De razzia speelde zich af midden in het dagelijkse leven. Voor veel bewoners begon hier een onzeker en vaak noodlottig lot.

 

 

Korte duiding voor jongeren

 

Deze situatie laat zien wat de razzia betekende voor gezinnen. Ouders konden hun kinderen  niet meer beschermen.                                Voor veel jongeren begon hier een periode van angst, scheiding en verlies.

 

                                                                Reflectievraag voor jongeren

   

                                                                Stel je voor dat dit jouw straat was.
   

                                                               Zou jij begrijpen wat er gebeurt – en hoe zou jij je voelen ?

     

  

                                                                                                                                             

 

 

Overgang naar 4.1:
                                                                                                                                                                                                   

Waar deze inleiding de razzia beschrijft als een stedelijke en collectieve ingreep, verplaatst het verhaal zich in het volgende hoofdstuk naar het persoonlijke niveau: de werkelijkheid achter de voordeur,   het moment waarop de razzia het gezinsleven  verdrong.

 

4.1 De arrestatie thuis – Het binnendringen van de woningen

 

Het was vroeg in de ochtend toen we werden opgeschrikt door een ongewoon soort drukte in onze buurt. Ondanks de angstige momenten die we in de voorafgaande oorlogsjaren al hadden meegemaakt, voelde deze ochtend anders, dreigender.  Overal zagen we zwaarbewapende Duitse soldaten die haastig heen en weer liepen, alsof er een operatie gaande was waarvan niemand in de straat het doel kende.

 

Mijn vader stond die ochtend niet buiten voor ons huis, omdat hij beschikte over een vrijwaringsbewijs. Hij had geen reden om te denken dat hij gevaar liep. Maar dat bleek een illusie.

 

Plotseling stormden vier mannen ons huis aan de Groene Zoom 79 binnen:

 

Twee Duitse soldaten, met de bajonet op het geweer,

één NSB’er,

en een Amsterdamse bokskampioen die zich uitgaf als "Kanero".

 

In het bijzijn van mijn moeder en ons, zijn kinderen, vielen er rake klappen. De woede en willekeur waarmee ze tekeergingen waren angstaanjagend. Wij konden niets anders doen dan machteloos toekijken. Toen mijn vader werd meegenomen, mocht hij ons nog één vluchtig kusje geven. Dat was het laatste moment dat wij hem in levende lijve zagen.

 

Hij werd met harde hand weggevoerd, zonder uitleg, zonder tijd om iets mee te nemen, zonder de zekerheid dat hij ooit weer thuis zou komen. Wat we later nog van hem ontvingen, waren een postkaart en een brief — zijn laatste tekenen van leven.

 

 

 

 

Dit is een foto van de Groene Zoom 79 in Tuindorp Vreewijk. Wij woonden in de oorlog in het tweede huis met dakkapel aan de rechterzijde. Zie foto boven. In oorlogstijd was er een grasperk met liguster-hagen.

 

 

 

Overgang naar 4.2:

 

Met de arrestatie van mijn vader eindigde de bescherming van het gezin. Wat achterbleef, was ontreddering, angst en het besef dat niets meer vanzelfsprekend was.

 

Wat zich in ons huis voltrok, speelde zich diezelfde ochtend af in straten en wijken door heel Rotterdam-Zuid. Overal werden mannen opgejaagd, families uiteengerukt en beslissingen afgedwongen onder dreiging van geweld.

 

In het volgende hoofdstuk verschuift het perspectief van één gezin naar het grotere menselijke drama van de razzia: de chaos op straat, het gedwongen afscheid en de eerste uren van onzekerheid — verwoord door ooggetuigen die deze dag bewust hebben meegemaakt.

 

 

4.2 Angst, afscheid en onzekerheid

 [Citaat dagboek / herinnering de heer M.A. ( Rinus ) Zuijdweg – ]

Rotterdam

Razzia 10 november 1944.

 

Het was op vrijdagmorgen van 10 november 1944 dat we vroeg werden opgeschrikt door een enorm ongewone drukte in de Rozemarijnstraat (Bloemhof, Rotterdam Zuid) waar ik toen woonde. Het was weliswaar het vierde oorlogsjaar en hadden al heel wat angstige momenten  meegemaakt, maar waren toch niet gewend dat er in onze buurt zoveel zwaar bewapende Duitse soldaten driftig heen en weer liepen. Op het kruispunt met de Balsemienstraat stond zelfs zwaar schiettuig opgesteld.                                                          

 

Tevens bleek er in iedere brievenbus van de hoofdzakelijk uit arbeiders woningen bestaande wijk een Bevel te zijn gestopt. Daarin stond dat alle mannen van 17 tot 40 jaar met voldoende kleding en proviand zich op de hoek van de straat bij de soldaten voor werk voor de Weermacht moesten melden. Het zou, vermeldde het pamflet, maar 3 weken duren en zouden goede kost, rookartikelen en vijf gulden per dag krijgen.

 

Zij die niet aan de oproep gehoor zouden geven liepen bij ontdekking het gevaar gestraft te worden en particulier eigendom zou worden aangesproken. Nu waren we van de bezetter wel wat geweld en bluf gewend. Maar gezien de overmacht en verbetenheid waarbij deze actie gepaard ging, sloeg de onzekerheid bij velen  evenredig toe. Met bajonet op de geweren bewapende soldaten belden aan, trapten als zij dat nodig vonden de deuren open en deden huiszoeking. Een groot aantal mannen die eigenlijk geen gehoor wilde geven aan de oproep, gingen uit angst dat hun familieleden wat zo overkomen, zich na zoveel dreiging, schoorvoetend toch maar melden bij de soldaten. Een karig bundeltje kleding en voedsel medenemend.

 

Mijn vader was boven de veertig, dus hoefde zich niet te melden. Maar ik was 1 maand voor deze wat achtraaf’bleek, een grote razzia te zijn, 17 jaar geworden. Dus ik viel net binnen de leeftijdsgrens en moest mij eigenlijk melden. Mijn moeder nam toen het spontane besluit dat ik niet mocht gaan. Niet alleen vond zij mij veel te jong, maar ook te klein van stuk. Inderdaad was ik niet zo groot en kon, wat ik toen niet leuk vond, nog een korte broek aan. Wat ik toen in die penibele situatie om de aandacht van de Duitsers een beetje af te leiden, noodgedwongen ook heb moeten doen. Zo gezegd zo gedaan, wat je ouders beslissen dat was goed en ik zou mij niet gaan melden.

 

Ons huis werd gelukkig niet doorzocht en waande mij veilig in moeders schoot. Totdat ik niets vermoedend mij vertoonde aan de achterkant van ons huis op de varanda bij een heftige discussie tussen de buren over de oproep. Daar werd ik ontdekt door een Duits gezinde beneden buurvrouw, die blijkbaar op de hoogte was van mijn leeftijd en zag dat ik niet van plan was mij te melden.

 

Zij riep met luide stem zodat de hele buurt het kon horen dat ik als 17 jarige ook moest gaan want de andere jongens moesten ook en het was maar voor drie weken. Op gevaar af dat zij mijn weigering om niet te gaan ook aan haar Duitse minnaar zou vertellen sloeg de angst bij mijn ouders toe. Zij durfden het risico om verraden te worden en het gevaar wat ons grote gezin (12 personen) dan boven het hoofd hing bij ontdekking, niet te nemen.

 

De teleurstelling bij iedereen van ons was groot maar ik durfde ook niet tegen te stribbelen. Ik moest mij hals over kop alsnog verkleden en reisvaardig maken voor de nog onbekende bestemming.

 

                               

             “Ik zie nog het verdriet in de ogen van mijn ouders. Ze beseften dat ze hun oudste zoon niet langer konden beschermen.”

 

                                                        Gebaseerd op het dagboek van de heer M.A. ( Rinus ) Zuijdweg

 

 

 

Hieronder de  foto van de heer M.A. (Rinus) Zuijdweg
(bron / Het Algemeen Dagblad ( AD - Foto Jan de Groen)

Overgang naar 4.3. 

Het Dagboek van Hendricus Bender 22 juli 1920 - 8 maart 1985. Charlois                                                                                                         

 

Citaat Henk Bender

Dit dagboekje is tevoorschijn gekomen in Augustus 1996, bij het uitruimen van het huis aan de Oldegaarde 112b te Rotterdam Zuid tijdens de verhuizing.  Het boekje zat in een bruine enveloppe van Scheepswerf Piet Smit - achter een klein kastje aan de muur tijdens de verhuizing van de stiefmoeder van Henk Bender de zoon van Hendricus Bender.

 

Het boekje zat - in een bruine enveloppe van scheepswerf Piet Smit - achter een klein kastje aan de muur en viel op de grond toen het kastje van de muur werd los geschroefd. 

 

Van het bestaan van dit dagboekje was, voor zover ik weet , niemand op de hoogte. Waarschijnlijk zal mijn moeder - Alida Meijer -  het, na terugkeer van mijn vader uit Duitsland wel gelezen hebben. De eerlijkheid gebied mij ook te zeggen dat ik door dit boekje mijn vader op een andere manier ben gaan zien. De vader die in dit boekje naar voren komt ken ik niet. Maar ik zou willen dat dit boekje veel eerder tevoorschijn was gekomen.

 

Het geeft een beeld van de omstandigheden waarin hij in Duitsland verkeerde, hoe hij dacht, waaraan hij dacht en wat hem dagelijks bezighield. 

 

Maar wat hij - zoals velen  - werkelijk heeft meegemaakt zal altijd onbekend blijven

 

Einde Citaat Henk Bender.

 

 

 

Na het dagboek te hebben gelezen heb ik Henk Bender gewezen, op het boekje van Lourens Reedijk, hetgeen hij heeft kunnen bemachtigen. 

 

4.3 – Het dagboek van Hendricus Bender (Charlois)

                          

                                                            Een persoonlijke stem uit de razzia en de dwangarbeid

 

Inleidende overgang naar 4.3

 

Na de arrestaties in de huizen en de eerste uren van angst en onzekerheid, verschuift het perspectief opnieuw.
Waar eerdere hoofdstukken de razzia tonen vanuit het gezin en de straat, biedt het volgende onderdeel een inkijk van binnenuit:               Het persoonlijke verslag van een man die werd weggevoerd en zijn ervaringen vastlegde in een klein dagboek.

 

                                                              Een persoonlijke stem uit de razzia en de dwangarbeid

 

4.3.1 Ontstaan en ontdekking van het dagboek

Doel van dit onderdeel:
Uitleggen wat het dagboek is, hoe het is teruggevonden en waarom het zo bijzonder is.

Het dagboek van Hendricus Bender (22 juli 1920 – 8 maart 1985), afkomstig uit Charlois, is pas vele jaren na de oorlog aan het licht gekomen. In augustus 1996 werd het bij toeval ontdekt tijdens het uitruimen van de woning aan de Oldegaarde 112b te Rotterdam-Zuid.

Het boekje bevond zich in een bruine enveloppe van scheepswerf Piet Smit en zat verborgen achter een klein wandkastje. Toen dit kastje werd losgeschroefd, viel de enveloppe op de grond. Tot dat moment was het bestaan van het dagboek bij niemand bekend

                                                      Het dagboek van Hendricus Bender, zoals het in 1996 werd teruggevonden.

 

4.3.2 De betekenis van het dagboek – getuigenis van een zoon

 

Citaat – Henk Bender

“Van het bestaan van dit dagboekje was, voor zover ik weet, niemand op de hoogte.
Waarschijnlijk heeft mijn moeder het na de terugkeer van mijn vader uit Duitsland wel gelezen.

Door dit boekje ben ik mijn vader op een andere manier gaan zien. De vader die hieruit naar voren komt, kende ik niet. Ik zou willen dat dit boekje veel eerder tevoorschijn was gekomen.”

Einde Citaat – Henk Bender

 

Korte toelichting :

Het dagboek biedt niet alleen een verslag van omstandigheden, maar ook inzicht in gedachten, zorgen en dagelijkse observaties.            Het laat zien hoe een man probeerde houvast te houden in een situatie waarin vrijwel alles onzeker was.

 

 

4.3.3 Het karakter van het dagboek – van dag tot dag

Doel:
Uitleggen hoe het dagboek is opgebouwd en wat de lezer kan verwachten.

Het dagboek bestaat uit korte, dagelijkse notities. Hendricus Bender beschrijft wat hij ziet, meemaakt en overdenkt. De toon is nuchter, soms afstandelijk, soms persoonlijk.

Het is geen literair werk, maar een registratie van het bestaan onder dwangarbeid. Juist die eenvoud maakt het document zo krachtig.

 

Voorbeeldfragment :                                                                 

 

Vrijdag 10-11- ’44                                                                                                                                                                                               

 

8u30 van huis gehaald en naar het oude Feyenoord terrein gebracht. Om ongeveer twaalf uur werden we geteld en dan gaat het naar de Stieltjeskade. Als we langs de Putsche Bocht komen zie ik Tante Jans , Opoe en Oom Rinus voor het raam staan. Nog even zwaaien. Aan de Stieltjeskade liggen de lichters nog waar we het verleden week nog over hadden. Daar worden we om drie uur ingeladen. Het is er niet zo aangenaam. De wanden en vloer zitten vol kolengruis. Er zitten of staan ongeveer 100 man in dit ruim. Ik heb precies een plaatsje waar ik mijn voeten neer kan zetten. Om half elf komt er een sleepboot voor en vertrekken we. Waarheen ? Er is een luik van het dek af.       Daar zie ik de sterren door voorbijschuiven.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

Zaterdag 11 November                                                                                                                                                                                           

 

We varen nog steeds. Het is een pracht van een nacht geweest. Ik kon niet liggen of zitten. Dus heb ik maar van den ene voet op de andere gehangen. De bewaking liep maar over dek en wanneer er teveel boven kwamen werd er geschoten. Schutten in de sluis bij Vreeswijk. We passeren Utrecht in de verte. Mijn brood heb ik gisteren gedeeld met twee jongens die zo van de straat opgepikt waren en helemaal niets bij zich hadden. Het is 12 uur nacht. We worden in Amsterdam uitgeladen en in grote houtloodsen gebracht. Daar staan op verschillende plaatsen mitrailleurs opgesteld. Er ligt ook stro. Om 2 uur wordt er warm eten uitgedeeld. Aardappelen met rode kool. Dat gaat er best in. Slapen kan ik hier wel in het stro. Er stapt zo nu en dan wel eens iemand op me maar zo nauw neem ik het niet.    

 

Zondag 12 November                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Blijven in de loodsen tot 1 uur. We worden bewaakt als gevangenen. Dat zijn we eigenlijk ook. Om half twee krijgen we weer eten , soep met brood. Daarna worden we weer in de schuit geladen. Het is nu beter. We krijgen nu stro in de schuit. Als er een pak stro naar beneden komt sneuvelt mijn bril. We blijven hier nog tot donker liggen en dan vertrekken we om 6 uur door de sluizen naar het IJsselmeer. We varen weer door de nacht. De organisatie van deze deportatie is af. Iemand heeft zijn been gebroken bij het inladen. Een dokter is er niet. Er zijn ook b.v. maagpatienten die niet buiten hun geneesmiddelen kunnen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             Maandag 13 November                                                                                                                                                                                         

 

We komen om half 12 in Kampen aan. Wat zal hier weer met ons gebeuren. De voorste schepen worden uitgeladen en die lui krijgen brood en koffie. Tegen drie uur gaan wij aan wal. D.w.z  Er komen een zootje  S.S. soldaten  van een jaar of zestien aan boord en slaan ieder die aan dek komt met de kolf van het geweer en ploertendoder den wal op

 

Er zat bij ons in het ruim een jood. Die wordt er op de wal uitgepikt en door een officier doodgeschoten en het water ingetrapt. Cultuur.

 

Het brood en de koffie is op. Als er weer nieuw komt schieten we met plus minus 80 man over.

We worden in de stal van de Van Heutsz kazerne geborgen. Met de ruimte is het nog slechter als de eerste nacht in de schuit. Bij het binnenkomen heeft een van de S.S. me een flinke schop willen geven. Dat lukte niet  omdat ik te hard liep. Maar wel schopte hij mijn bord kapot wat ik in mijn tas heb.

 

Wanneer ik kans had, had ik dat jong graag met mijn handen open gepeuterd.  

 

Er wordt binnen weer eten uitgedeeld maar daar grijp ik weer naast. Het wordt hier een vreselijke nacht. In een hoek is ruimte gemaakt, daar liggen er een paar te sterven. Zo nu en dan krijgt iemand een zenuwtoeval.  Het geschreeuw en gekerm is zo nu en dan net als ik het me van een slagveld voorgesteld had. Om 10 uur is er warm eten gekomen. De mensen die vandaag nog niets gehad hebben  zitten allemaal apart. Als de ketel met eten daarbij komen , is het op. Dus ik grijp er weer naast.                                                                                               

Dinsdag 14 November                                                                                                                                                                                                                                            

Morgen half negen. We worden weer de schuit ingeladen of ingeslagen. Daar wennen we ook al aan. We zitten verder elkander maar een beetje aan te kijken. Tegen drie uur komt de bevolking van Kampen naar de kade met brood en pannen eten. Ze worden telkens weggeschoten maar ze houden toch vol. Wat die mensen daar gedaan hebben vergeet  ik nooit weer. ’s avonds hebben we voor het ruim van 80 man , 50 sigaren , 43 broden, 1 halve kaas , 4 doosjes lucifers , 74 appelen , 24 sneden brood, 28 pakjes shag. Dit wordt alles bij kaarslicht verdeeld.                                                                                         

 

Zaterdag 2 december 

 

Vandaag weer op mijn bril uitgeweest. Hij is wel klaar maar er staan verkeerde glazen in. Verder nog een spiegel , beker en zakdoekje gekocht. 1 keer alarm

 

Dinsdag 12 december

 

Vannmiddag alarm van twaalf tot kwart voor één en vanavond van half zeven tot half negen. Ik heb mijn kousen gestopt. Daar had ik gelijk meer klanten voor. De meeste kunnen het niet. Nu ben ik de sigaar.

 

 

 

Zondag 24 December                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 Om negen uur brood halen. We krijgen een heel brood dat is voor vier dagen. Ook worst en boter is daarbij. Om elf uur gaan we ons “extraatje” halen. Dat is 1 koek , twee eieren , een half pond worst en drie broodjes. Dat is in de plaats van twee keer avondeten en een witbrood. Maar ik maak er maar een goede dag van.  De koek is op, twee broodjes, een ei en de helft van de worst is op. Het is nu half acht. Maar honger heb ik niet meer ( hoe bestaat het ). Bij de koek en het ei moet ik telkens aan jouw denken . Je had hem in stukjes gesneden en over de kerstdagen verdeeld. Nu ga ik nog maar een kaart schrijven en als er geen alarm komt naar bed.

                                               

 

Maandag 25 december                                                                       

 

Zo, de eerste Kerstdag is voorbij. Dat is wel meegevallen. Het is prachtig weer geweest. Ik heb vanmiddag met een van de jongens een eind gewandeld. De omgeving is hier prachtig. Maar ik loop liever langs de Smeetlandsche dijk of de ’s Gravenweg. Op de terugweg hebben we zeven bevroren aardappelen gevonden. Die heb ik vanavond gekookt en opgegeten. Ze smaakten nog lekker ook met een beetje zout. We zijn al ver afgezakt. In Rotterdam  hadden we ze zeker weggegooid. Ala ik dit lees wanneer we genoeg hebben schaam ik me misschien nog. Van kousen repareren komt niets meer vandaag.                                                                                                       

 

 

 

 

 

Zondag 18 februari 1945

 

Dit is de zestiende al. Vandaag niet werken. Vanmiddag naar Hannover naar Laurens. Het is er weer goed. Aardappelen met met boerenkool gegeten. Als ik om half acht uit de tram stap is het gelijk alarm. Dat duurt tot elf uur. Dus weer laat naar bed. Welterusten schat.

 

 

Dinsdag 9 januari 

 

Vandaag is het weer rustig. Het is een doodgewone dag. Vanavond heb ik nog een paar aardappelen en een pijpje tabak. Om tien uur naar bed. Welterusten schat.

 

Zondag 25 februari 1945

 

Gewerkt tot half één. Daarna weer naar Hannover, naar Laurens. Weer een beste middag. Gepraat en gegeten. Aardappelen met witte kool met spek gekookt en vlees. Pudding na. Om zeven uur alarm. Het is nu te laat om naar het lager te gaan. Maar ik kan hier blijven slapen. Dat doe ik. Welterusten schat.

 

Zaterdag 3 maart

 

Vandaag eens geen pech. Ik kan een brood kopen voor vijftig mark. Ik koop er drie.  De ene week heb je niets en de andere alles. Ik zal het er maar van nemen. Ik had me van de week voorgenomen me maar geen kopzorgen te maken over geld. Er waren cigaretten te koop voor 50 Mark. Dat ging mijn neus voorbij. Ik denk dat ik wat geld aangaat arm ben als ik thuis kom maar schatrijk als ik jou weer terug heb.                      

 

Donderdag 15 Maart

 

Zo we zijn weer over de schrik heen en lustig aan het puinruimen. Als we nog eens naar ons keldertje gaan, zie we hoe we geboft hebben . Drie bommen om den kelder en niet ontploft. Vanmiddag weer alarm. Nu mogen we in de bunker. Er zijn gisteren twee en dertig Fransche en Belgische krijgsgevangenen gesneuveld, die het open veld in gevlucht waren. Ze gooien nu net zoiets als gisteren , maar nu in het noorden van de stad. Vanavond gewoon alarm.

 

Vrijdag 16 Maart

 

De hele fabriek is foetsie. De grond waar we over gelopen hebben ligt nu op de stukjes dak die zijn blijven hangen. Twee straten verder vind ik een rem waar ik aan gewerkt heb. Dat dingetje weegt ongeveer twintig kilo. De verduisteringsgordijnen worden gebruikt om de machines af te dekken die niet helemaal kapot zijn. De eerste maanden ruimen we nog wel puin als we hier blijven. Vanavond gaan we weer na het alarm slapen. Dus half elf. Welterustn schat.

 

Zaterdag 17 Maart 

 

Hetzelfde liedje, puinruimen. We krijgen vanmorgen brood voor drie keer. Dat gaat in een keer op. Het is niet erg want ik verdien weer    een brood bij het kruideniertje. We werken tot vier uur en daarna naar het lager. Ik heb nog een aardappelbon dus eet ik nog aardappelen ook vanavond. Half acht alarm tot half elf. Welterusten schat. 

 

Zondag 18 Maart

 

Puinruimen tot half een. Ik heb van deze week goed gegeten maar vandaag is het in de war. Ik heb nog een paar ardappelen voor vanavond. Zo gaat het nog. Het is zeven uur en weer alarm. Als het veilig is weer naar bed, half elf.  Welterusten schat.

 

Maandag 19 maart 

 

Hetzelfde liedje. De hele dag vooralarm. Dan gaat het puinruimen gewoon door. Om één groot alarm tot vier uur. Ik heb in de puin een  paar schoenen gevonden. Als we weer eens vrij hebben zal ik ze repareren. Misschien kan ik dan ook nog eens op gewonen schoenen lopen.  Die ik aan had heb ik twee weken geleden weg moeten gooien.

 

 

 

Vandaag weinig gebeurd. Koud. Eten weer karig. Gedachten vaak thuis.”

 

 

4.3.4 Het abrupte einde van het dagboek

 

Het dagboek van Hendricus Bender eindigt abrupt op 21 april 1945.
Waarom hij daarna niet meer schreef, blijft onduidelijk. Er is geen afsluitende notitie, geen verklaring, geen terugblik.

Deze plotselinge stilte laat zich slechts raden. Waarschijnlijk hangt zij samen met de chaotische omstandigheden van de laatste oorlogsweken:
– de snelle nadering van de geallieerden,
– het uiteenvallen van kampen,
– en de onzekerheid over de weg naar huis.

 

Uit andere documenten blijkt dat Hendricus Bender na zijn vertrek uit Duitsland niet direct naar Rotterdam kon terugkeren. Hij verbleef nog enige tijd in Limburg (Maasbree), mogelijk in verband met een verwonding aan zijn voet. Pas daarna kon hij de reis naar huis vervolgen.

Het ontbreken van een einde maakt het dagboek niet onvolledig, maar juist indringend. Het laat zien hoe abrupt het leven in die periode werd onderbroken — en hoe weinig grip mensen hadden op hun eigen verhaal.

 

4.3.5 Zorgvuldige bewerking en behoud van authenticiteit

 

De tekst van het dagboek is door Henk Bender, de zoon van Hendricus Bender, zo oorspronkelijk mogelijk behouden.
Alleen waar nodig zijn minimale aanpassingen gedaan ten behoeve van de leesbaarheid, zoals het toevoegen van leestekens of kleine verduidelijkingen.

De inhoud, toon en intentie van het dagboek zijn volledig intact gebleven.
Het document is geen literaire bewerking, maar een authentieke bron — geschreven zonder publiek, zonder opsmuk, en zonder de wetenschap dat het ooit gelezen zou worden.

 

4.3.6 Over een naam: Lourens of Laurens

(Correspondentie met Henk Bender, 2009)

 

Tijdens het werken met het dagboek ontstond een bijzonder detail: de naam Lourens / Laurens, die meerdere keren in het dagboek voorkomt. Dit leidde tot nadere correspondentie met Henk Bender.

 

Citaat uit e-mail van Henk Bender – woensdag 25 november 2009 aan Hendrik Willem Gaertman

 

“Nadat we elkaar via de telefoon hadden gesproken ben ik de hond gaan uitlaten.
Tijdens het wandelen bleef er iets in mijn achterhoofd knagen over de naam Lourens.
Ik wist bijna zeker dat de naam Lourens of Laurens in het dagboek voorkwam.

Vanavond de tekst doorzocht en inderdaad: de naam komt drie keer voor.
In het originele dagboek schrijft mijn vader Lourens met een ‘o’, maar één keer heeft hij dit veranderd in Laurens met een ‘a’. De ‘o’ is er zelfs nog onder te zien.

Mijn nichtje heeft het dagboek later uitgetypt en kennelijk aangenomen dat het overal met een ‘a’ moest zijn.

Wie deze Lourens precies was, blijft onduidelijk — maar het is wel frappant.”

Deze kleine correctie onderstreept hoe nauwkeurig met het oorspronkelijke materiaal is omgegaan en hoe belangrijk het is om bronnen serieus te nemen, zelfs in details.

 

Einde Citaat email van Henk Bender woenddsg 25 november 2009 aan Hendrik Willem Gaertman

 

Deze kleine correctie onderstreept hoe nauwkeurig met het oorspronkelijke materiaal is omgegaan en hoe belangrijk het is om bronnen serieus te nemen, zelfs in details.

 

4.3.7 Van dagboek naar bredere context

 

Lourens Reedijk en gedeelde ervaringen

Naar aanleiding van het dagboek van Hendricus Bender werd ook het boekje van Lourens Reedijk geraadpleegd. Opmerkelijk is dat zowel Reedijk als Bender in de eerste periode van hun wegvoering dezelfde ervaringen beschrijven.

 

Citaat uit e-mail van Henk Bender – 23 december 2009  aan Hendrik Willem Gaertman

“Vooral de eerste paar dagen hebben Lourens en mijn vader dus precies hetzelfde meegemaakt.
Ik begrijp nu ook dat mijn vader nogal wat gruwelijke details heeft weggelaten — mogelijk met de gedachte dat mijn moeder het ooit zou lezen. Lourens Reedijk weet het helder te verwoorden, maar toch kun je je geen voorstelling maken van wat zij werkelijk hebben meegemaakt.

Het is een illusie te denken dat de mensheid hiervan heeft geleerd. De geschiedenis heeft helaas het tegendeel bewezen.”

 

Einde Citaat uit email van Henk Bender - 23 december 2009 aan Hendrik Willem Gaertman

 

Hier wordt zichtbaar hoe individuele dagboeken elkaar versterken. Samen vormen zij geen losse verhalen, maar een gedeelde geschiedenis.

 

 

4.3.8 Ontstaan van het contact

Van oproep tot ontmoeting

 

Het contact met Henk Bender kwam tot stand naar aanleiding van een oproep in de Oud-Rotterdammer. Wat begon als een zoektocht naar herinneringen, groeide uit tot een inhoudelijke en persoonlijke uitwisseling.

In deze correspondentie klinkt niet alleen historisch besef door, maar ook erkenning:
een gedeelde erfenis, gedragen door de volgende generatie.

 

 

Overgang naar 4.4

Waar het dagboek van Hendricus Bender een individuele, persoonlijke stem laat horen, verbreden de volgende hoofdstukken het perspectief.
In 4.4 verschuift de aandacht naar een ander dagboek en een andere wegvoering, waarmee opnieuw zichtbaar wordt hoe uiteenlopende verhalen samen één geschiedenis vormen.